Bertha Schepens... het verhaal achter een oude buurtwinkel


Het huis van Bertha Schepens tot eind jaren ‘90, en het huidige uitzicht in 2012.

 

We gaan 60 jaar terug in de tijd...
De periode waarin er nog veel buurtwinkels waren in elk dorp. Een bakker, beenhouwer, fietsenmaker, ijzerwinkel.
Waar supermarkten een fenomeen waren dat nog moest overwaaien uit Amerika.
Een bekende kruidenierswinkel in Klein-Sinaai bevond zich in de Kasteelstraat 33, even voor de bocht richting Moerbeke. Twee gezusters en ‘jonkheden’ met naam en faam: Bertha en Martha Schepens.
Bertha en haar zus hielden in het huisje van een oude boerderij een kruidenierswinkel open. Ze hadden nog twee andere zussen: Germaine en Maria.

Aan de linkerzijgevel langs de kant van het dorp klom een oude ‘Blauwe Regen’ omhoog. Op de rechter zijgevel stond het bouwjaar 1905. Alsof mensen die vroeger vanuit Moerbeke Klein-Sinaai binnenreden werden gewaarschuwd hoeveel geschiedenis dit dorp met zich meedroeg. Aan de gevel hing geen reclame of paneel. Dat was niet nodig, want iedereen wist de weg te vinden naar ‘Schepens.’

Bertha babbelde met de klanten en luisterde uren naar de verhalen. Ze was zeer struis gebouwd en enorm vriendelijk tegen iedereen.

De huisvrouwen waren soms uren weg om bij te kletsen in het winkeltje.
Vooral wanneer de mannen hun loon hadden gekregen, was het hoog tijd om de 'poef' af te lossen. Bertha hield in haar 'zwart boekske' van alle klanten een ongelooflijk gedetailleerde boekhouding bij van de openstaande bedragen.

De meeste gezinnen hadden veel kinderen die tijd, waardoor men tegen de helft van de maand krap bij kas kwam te zitten. Dus was het normaal dat de boodschappen op de poef werden gekocht.

De vrouwen keken niet raar op toen andere moeders hun achterstal kwamen aflossen. Nu is dat helemaal anders. Soms moesten de huisvrouwen in de rij staan wachten voor ze aan de beurt kwamen, wat leidde tot lange gesprekken.
Deze dames werden al eens lameren, tetterassen, babbelassen genoemd. Soms tot grote ergernis van de mannen, die thuis zaten te wachten op hun koffie of brood.

Vele kinderen kennen Bertha en haar winkel enkel van er snoepjes te gaan kopen. De alombekende favoriet waren vierkantjes!! Een frank het stuk, zeer verslavend!! Duizenden werden er gekocht in een kindertijd.
De kinderen van toen, zijn nu mensen van 60 jaar en ouder. Ze vonden de beste boterstampers (soort lekstok) bij Schepens. De paaseieren waren er de lekkerste, van Callebout. Om nog maar te zwijgen over de eierkoeken. Nergens vond je die groter dan bij Schepens!
Een grote bol hollandse kaas werd in de kelder fris bewaard. Yvan Schobijn was vaak het 'slachtoffer' om deze kaas voor Bertha uit de diepe donkere kelder te gaan halen.
Producten die nu mooi voorverpakt zijn, waren los uit de jute zak te verkrijgen: losse koffie, zout, suiker, ...
Bertha had zogenoemde koloniale waren zoals specerijen, koffie, thee, cacao en tabak. Verder werden ook andere artikelen dan voedingsmiddelen verkocht, zoals kaarsen, blauwsel, stijfsel, zeep en poeders van het Wit Kruis.

 

De winkelrevolutie:
De supermarkt betekende een revolutie voor het boodschappen doen, dat destijds voornamelijk door vrouwen werd gedaan.
In plaats van lang in de rij te staan bij de kruidenier konden de vrouwen zelf hun boodschappen uitzoeken.
Er was ook een revolutie in verpakkingsmateriaal.
Werd bij de kruidenier vrijwel alles afgewogen en in aparte papieren zakken verpakt, in de supermarkt ligt alles zo aantrekkelijk mogelijk verpakt, met verschillende merken en verschillende hoeveelheden.
Bijna alles wat Bertha aan klanten verkocht, had ze zogezegd ook net klaargemaakt of gegeten. Dat was voor haar een soort reclame.

 

Inrichting van de winkel:
De snoep stond in grote glazen bokalen op de toog en voor het raam. De lekstokken kleurden de etalage van het winkeltje.
De toog bevond zich links vooraan. De voedingswaren lagen opzij zodat Bertha kon nemen en inpakken wat je haar vroeg. Alles werd in een papieren zakje verpakt.
Rechts vooraan stonden de klanten en tegen de muur vond je materiaal en huishoudproducten zoals borstels, gieters, sponzen en emmers.
Achteraan was de woonruimte van Bertha en Martha. Het liep zowat in mekaar door. Volgens research van Mon Verschraeghe
werd Bertha geboren op 30/10/1908 en stierf ze op 04/08/1990 in Sint-Gillis-Waas. Ze werd 81 jaar.

 

 

 

 

 


De winkel vroeger en nu, met het huidige vooraanzicht met dezelfde bakstenen, maar in een nieuw kleedje. Op linker foto ook het jaartal 1905. Dank aan Willy Baecke voor de foto’s.

 

Hergebruik van materialen:
Na haar dood werd het huis gekocht door een bekend ex-motorcrosser, Willy Baecke. Hij had na zijn sportcarriere lange tijd een eigen zaak in Belsele en kwam eind jaren ‘90 naar Klein-Sinaai met zijn vrouw. De gebroeders Apers, bekende koordenvlechters van de Oostvaart in Moerbeke,
braken het huis en stallen van Schepens volledig af en kuisten de stenen.Deze werden dan gebruikt om een nieuw huis op te bouwen, enkele meter verder op de fundering waar ooit het winkeltje van Schepens stond. De klimplant blauwe regen staat nog steeds op de plaats waar ooit de zijgevel was. Als een oude wijnstok,
mooier met de jaren en bloeiend in mei. Een stille getuige in een border naast het oude hek.

Het winkeltje van Schepens staat er dus eigenlijk nog. Alleen de volgorde van de stenen werd aangepast naar modernere tijden. (Tony De Wilde)

© 2019 Tony De Wilde. All Rights Reserved.

Please publish modules in offcanvas position.