december 02, 2021

Het Pannenhuis - de Jongensschool

Voor de bouw van de huidige kloosterschool Tuimelaar was er een andere school in de Pannenhuisstraat, deze van ‘Het Pannenhuis’.  Vanaf 1840 werd in dit huis, wat toen nog ‘Het Pannenhof’ werd genoemd, reeds godsdienstonderricht en zondagsschool gegeven.

In de 15de-16de eeuw was er een tamelijk dichte bevolking gegroeid in de omgeving van de abdij. De inwoners moesten hun kerkelijke plichten vervullen in de kerk van Sinaai. Vooral in de herfst en de winter moesten ze meer dan een uur over modderwegen stappen. Daarom werd aan de abdij de toelating gegeven om de 'zielezorg' voor de omwonenden te verzorgen. De abdij werd in 1578 door de Gentse protestanten verwoest en de monniken stichtten hun abdij in Gent waar al een refuge hadden.  Er was terug dringend nood aan aan plaatselijke kerk.

 

 

In 1636 werd een kapel ingewijd die gebouwd was met puinresten van de vernielde abdij. De kapel kwam op de hoek van de Koebrugstraat en Heimeersstraat en had verschillende namen: Boudelokapel, Kapel O.L. Vrouw van den Elsbos, Kapel van de Leste Stuyver. Het werd een waar bedevaartsoord met een herberg rechtover. Rond 1660 bouwden de monniken de Boudelohoeve. De abt had zijn buitenverblijf op Lijsdonk en kwam met de boot naar Boudelo voor de plechtige diensten. Eind 1698 was de kapel vervallen en werd ze herbouwd.  In 1748 werd het 50-jarig bestaan herdacht. De Franse republikeinen verkochten de kapel ggedurende hun overheersing (1794-1815) als 'zwart goed'.  In 1822 was de kapel zo bouwvallig geworden dat ze werd afgebroken. De staande kroonkandelaar en het altaarkruis kon men redden. Sindsdien was er dus opnieuw nood aan een kerk in Klein-Sinaai.

 

 

 

 

Het Pannenhuis (in de onmiddellijke buurt van de 'Zeven Linden') dateert van 1678. Het werd betrokken door 'eerwaarde paters van Boudelo' die er een ganzenkwekerij in oprichtten.

Naast hun monastieke bezigheden stonden zij ook in voor het plaatselijk onderricht dat eigenlijk niet van die orde was, als kon men toen reeds spreken van een heuse dorpsschool.

Gaandeweg geraakte de ganzenkwekerij op de achtergrond  en gingen de onafhankelijke priesters zich nog uitsluitend met het onderricht bezighouden.
Vanaf 1840 zond E.H. B. Eeman, pastoor van Sinaai elke zondagnamiddag een onderpastoor naar Het Pannenhof om in een schuur godsdienstonderricht te geven. Men bad een rozenhoedje en er was zondagschool. Destijds telde Klein-Sinaai 400 inwoners. Mevrouw Anna Theresia Boyé, weduwe van Norbert Francies Van Waesberghe uit Hulst, schonk op 11/12/1842 dit "Pannenhof" aan de Kerkfabriek van Sinaai. Naast de grond en boomgaard schonk zij ook het huis, schuur en bakkeet. Alles goed voor 41.7 are. Daarnaast schonk zij ook 69.43 are grond van het aanliggend perceel.
Mevrouw Boyé  had echter enkele voorwaarden:
- De grond mocht enkel gebruikt worden om een kapel op te richten, waarin ten minste elke zondag een mis zou worden opgedragen.
- Een andere voorwaarde was dat de schuur werd ingericht als werk- en leerschool voor kinderen uit Klein-Sinaai, Coudenborm en naburige gemeenten.
- De kapel moest worden opgedragen aan de Heilige Jozef
- Gedurende 25 jaar moest een mis worden opgedragen aan de schenkster
 

Op 21/01/1843 werd deze gift door de Kerkraad van Sinaai aanvaard, maar er werden enkele overwegingen gemaakt. De bouw van een kerk was hoogdringend omdat de bewoners van Klein-Sinaai meer dan een uur moesten stappen naar de kerk van Sinaai om daar een mis bij te wonen. In de winter was het dorp zelfs helemaal van de moederkerk afgesneden door het water en de modder in de Weimanstraat en Cadzandstraat.  Het was dus noodzakelijk dat er snel een kapel en school werden opgericht voor Klein-Sinaai, waar ook de omliggende gemeenten zouden kunnen van genieten. De bisschop van Gent gaf toestemming voor het bouwen van een kerk en het stichten van een nieuwe parochie.

Op 27/08/1853 werd E.H. Ludovicus De Beule uit Moerbeke benoemd tot eerste pastoor van Klein-Sinaai. Hij stelde onmiddellijk alles in het werk om een kerk op te richten aan het Pannenhof.

VAN PANNENHUIS NAAR KOEBRUGSTRAAT

Plots, om nog onbekende redenen, besloot men plots de nieuwe kerk te bouwen op de plaats waar deze nu staat.
Op 27/12/1853 kocht de kerkfabriek van Klein-Sinaai een perceel akker van 16.80 are van Emmanuel De Bock en Victoria Van Overloop.  Ze waren landbouwers en herbergiers. Het jaar nadien werd op 21/07/1854 de verkoop gesloten voor het aanpalende perceel van 52.6 are van Judocus De Blieck, landbouwer uit Klein-Sinaai. De samenvoeging van beide gronden was goed voor een volwaardig stuk bouwgrond van 69.4 are. Dit kon dienen voor de bouw van een kerk, kerkhof en de pastorij. De kerk werd centraal op het tweede perceel geplaatst en in oktober 1853 werden de bouwwerken aangevat. Het kerk werd naar het westen gerichten, waar dit normaal naar het oosten gericht is. Op 21/12/1854 werd de kerk ingezegend door E.H. J.B. Eeman en toegewijd aan O.L. Vrouw Onbevlekt Ontvangen.

 

WAT MET HET PANNENHUIS?

In 1856 verkocht de kerkfabriek van Sinaai, eigenaar van de grond, het huis met grond aan de gemeente Sinaai om het open te stellen voor openbaar onderwijs. Dat was een van de voorwaarden van de schenkster mevrouw Boyé in 1842. Dat was meteen de start van de huidige lagere parochieschool in de Pannenhuisstraat. Toen werd het ingericht als gemeenteschool.

Nadat het niet meer bruikbaar was als schoolgebouw, werd het later gebruikt als stal.
De opbrengst (5000 fr) van deze verkoop werd geschonken aan de kerkfabriek van Klein-Sinaai om de bouwwerken van de kerk en pastorij te bekostigen.

 

 

Tot 1950 werd er school gelopen, doch mede door grotere mogelijkheden in de onmiddellijke omgeving, meldden zich op de duur geen kinderen meer in het Pannenhuis en de gemeente het goed vond dat het aan particulieren werd overgedragen.

 

 

 

 

 

 

 

De laatste in de rij was André Meuleman.

Ongeveer midden de jaren tachtig volledig werd afgebroken.

 

 

 

© 2019 Tony De Wilde. All Rights Reserved.

Please publish modules in offcanvas position.